Veel gestelde vragen - Moeilijke woorden
- bijgewerkt 7 september 2007
Moeilijke woorden
A B
C D
E F G
H I J
K L M N
O P Q
R S T
U V W X
Y Z
ADD: (Attention Deficit Disorder): een vorm van ADHD, maar dan zonder
de hyperactiviteit. (meer informatie)
ADHD: (Attention Deficit Hyperactivity Disorder): een
aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en impulsiviteit. Dan kan je
je niet goed concentreren, je doet en zegt dingen zonder er bij na te
denken, en je beweegt veel en bent erg druk. Ook wel genoemd: Alle Dagen
Heel Druk! (meer informatie)
Ambulante hulpverlening: Ambulant betekent letterlijk ‘lopend’. Je gaat regelmatig
of afspraak naar jouw hulpverlener. Meestal kun je
daarnaast gewoon naar school gaan, werken of studeren. Tegenover
ambulant staat klinisch of intramuraal: dit betekent opname in een
kliniek.
Anamnese: Ziektegeschiedenis van een patiënt, volgens verhalen van de
patiënt zelf.
Antipsychotica: medicijnen die psychotische verschijnselen, zoals wanen
en hallucinaties, tegengaan. Ze hebben een kalmerende werking.
Asperger, syndroom van: contactstoornis, vallend binnen het spectrum van
autistische stoornissen. Er is vaak sprake van een gemiddelde tot hoge
intelligentie. (meer informatie)
ASS: Autisme Spectrum Stoornis, verzamelnaam voor alle soorten van
autisme, zoals syndroom van Asperger, PDD-NOS.(meer
informatie)
Autisme: betekent letterlijk geheel op zichzelf gericht. Het is een
zogenaamde ontwikkelingsstoornis, met verschillende
verschijnselen. Mensen met autisme kunnen vaak niet op een goede manier
op andere mensen reageren of contact met hen maken.(meer
informatie)
naar boven
Behandelplan: is het formulier en verslag waarin staat hoe we jou
helpen.
BJZ: Bureau Jeugdzorg, de organisatie waar kinderen, jongeren en hun
ouders of verzorgers hulp, advies en begeleiding kunnen krijgen. Als je
zware of veel problemen tegelijk hebt, kan BJZ je verwijzen naar
instanties die jou daarbij kunnen helpen. (website
Bureau Jeugdzorg)naar boven
Cliënten: personen die behandeld of begeleid worden door een
instelling. Soms wordt het woord patiënt gebruikt.
Cognitief: het denken betreffend.
Cognitieve gedragstherapie: De cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit
dat gedachten, gevoelens en gedrag op een bepaalde manier met elkaar
verbonden zijn. Negatieve gedachten kunnen psychische problemen
veroorzaken of versterken. Doel van de cognitieve gedragstherapie is:
- Aanleren van het inzicht dat gedrag voorafgegaan wordt door gedachten,
die ook je gevoel bepalen.
- Grip hebben op gedachten en gedrag, waardoor deze niet meer negatief
doorwerken op het sociaal leven.Comorbiditeit: Het lijden aan
meer stoornissen tegelijkertijd.
Contra-indicatie: Aanwijzing die een bepaalde behandeling of hulpvorm
in de weg staan.
Crisisinterventie: soms kunnen problemen zo hoog oplopen dat er een
crisissituatie ontstaat. Het kind of de jongere en de ouders kunnen dan
niet meer wachten tot ze een afspraak hebben bij het Oolgaardthuis (of
ergens anders). De huisarts kan in crisissituaties Pro Persona Jeugd
inschakelen, wanneer er sprake lijkt van psychiatrische problematiek. De
hulpverlener zal proberen het evenwicht te herstellen. Als dat niet lukt
wordt er een opname geregeld. Dit is nogal ingrijpend, dus dat gebeurt
pas als er geen andere mogelijkheden meer lijken te zijn.
naar boven
Deeltijdbehandeling: een vorm van hulp waarbij kinderen en jongeren
overdag naar hun eigen school gaan en na schooltijd naar het Oolgaardthuis (Karakter of
Dr. Leo Kannerhuis). De activiteiten in de
groepen zijn zeer verschillend en hebben de bedoeling de ontwikkeling
van kinderen met psychiatrische problemen verder te versterken.
Diagnose: de naam van de ziekte of aandoening waaraan iemand lijdt. Dit
wordt vastgesteld door de behandelaar. Dit is altijd een momentopname. De
diagnose kan later aangepast worden, bijvoorbeeld doordat er meer bekend is over
een bepaalde ziekte. Na het stellen van een (voorlopige) diagnose kan de
behandeling starten. De termen die gebruikt worden voor de (psychiatrische)
diagnose zijn internationaal afgesproken en staan in het zogenaamde "DSM-IV-Tr"
boekje.
naar boven
EMDR: is een afkorting van Eye Movement Desensitization and Reprocessing.
Het is een behandeling voor kinderen en jongeren die erg angstig zijn
door nare herinneringen en nachtmerries, doordat ze iets schokkends
hebben meegemaakt.naar boven
Gedragstherapie: een behandeling voor kinderen en jongeren die
bijvoorbeeld erg angstig zijn voor bepaalde dingen of situaties,
depressief zijn of last hebben van dwanghandelingen.
GGZ: geestelijke gezondheidszorg. De instellingen die er speciaal zijn
voor mensen met psychische of psychiatrische problemen.
naar boven
IBS: In Bewaring Stelling. Soms wordt een kind of jongere, in overleg
met de ouders of verzorgers, tegen zijn zin in opgenomen. Dat kan alleen
als er sprake is van een ernstige én gevaarlijke situatie.
Indicatiestelling: Het vaststellen van de zorgbehoefte en het
toekennen van hulp.
Intake: alle problemen worden door een hulpverlener in kaart gebracht.
naar boven
KOPP: kinderen van ouders met psychiatrische problemen.(meer
informatie)
naar boven
Ouderbegeleiding: als kinderen in behandeling zijn krijgen de ouders of
verzorgers meestal ook ouderbegeleiding aangeboden. Door de begeleiding
leren de ouders hoe het probleem van hun kind in elkaar zit en hoe ze er
het beste op kunnen reageren.naar boven
PDD: (Pervasive Developmental Disorders) informatieverwerkingsstoornis
met als kenmerken problemen met sociale contacten, communicatie en
fantasie. Dit is de Engelse term voor autisme en aan autisme verwante
stoornissen.(meer informatie)
PDD-NOS: (Pervasive Developmental Disorders Not Otherwise Specified)
stoornissen die lijken op een autistische stoornis, maar die niet
voldoen aan de kenmerken daarvan.(meer
informatie)
Psychiater: is een arts die nog 4 jaar aanvullende opleiding heeft gehad
op de universiteit over psychische problemen en hun behandeling. Een
psychiater mag medicijnen voorschrijven.
Psychoeducatie: De hulpverlener geeft informatie en geeft daarbij
brochures, of artikelen of hij/zij geeft tips over interessante websites
of patiëntenverenigingen. De informatie is bedoeld om meer te weten over
een psychiatrische probleem en hoe daar mee omgegaan kan worden thuis,
of school en in andere situaties.
Psycholoog: is iemand die aan de universiteit de opleiding psychologie
gevolgd heeft. Hij of zij geeft adviezen, behandeling en begeleiding aan
ouders, jongeren en kinderen.
Psychotherapie: een behandeling voor kinderen jongeren die moeite
hebben met het uiten van gevoelens, zich ongelukkig, eenzaam of
depressief voelen of iets naars hebben meegemaakt.
naar boven
RM: Rechterlijke Maatregel. Een rechterlijke machtiging (RM) is een
beslissing van de rechter om een kind/jongere gedwongen te laten opnemen
in een psychiatrisch ziekenhuis. Een RM wordt aangevraagd als er geen
haast is bij een gedwongen opname.naar boven
Sociale Vaardigheidstraining: met een sociale vaardigheidstraining
leren kinderen en jongeren hoe ze op school, thuis, in de buurt of op
een club beter met anderen kunnen omgaan. Bijvoorbeeld: kennismaken met
nieuwe mensen, luisteren, zeggen dat je iets niet wilt, reageren op
pesten, kritiek geven en ontvangen. Dit wordt geoefend door middel van
groepsspelletjes, toneelstukjes, kijken en nadoen, en huiswerk.
SPV: sociaal psychiatrisch verpleegkundige, is gespecialiseerd in
psychische problemen en hun aanpak.
naar boven
Therapie: ander woord voor behandeling. Therapie in het
Oolgaardthuis bestaat meestal uit praten, spelen, tekenen, bewegen of
oefenen in groepen.
naar boven
Vind je dat er nog meer woorden op deze lijst moeten komen?
Mail dat dan
even door!
|